1. Gebruik natuurlijk licht
Het mooiste portretlicht is vaak het eenvoudigst. Zoek een raam met indirect licht en laat je onderwerp er schuin naartoe kijken. Het zachte, gelijkmatige licht dat zo ontstaat geeft prachtige schakeringen in het gezicht en een warme sfeer.
Vermijd direct zonlicht — dat zorgt voor harde schaduwen en dichtgeknepen ogen. Het gouden uur (kort na zonsopgang of voor zonsondergang) is ideaal voor buitenportretten.
2. Focus op de ogen
De ogen zijn het eerste waar mensen naar kijken in een portret. Zorg dat de focus altijd scherp op de ogen staat. Bij de meeste camera’s kun je eye-AF (oog-autofocus) gebruiken voor een trefzekere scherpstelling.
Een beetje licht in de ogen — een zogenaamde catchlight — maakt het portret levendiger. Dit ontstaat vanzelf als je onderwerp naar een lichtbron kijkt.
3. Kies de juiste achtergrond
Een rustige, niet-afleidende achtergrond laat je onderwerp het beste tot zijn recht komen. Gebruik een groot diafragma (f/1.8 - f/2.8) om de achtergrond wazig te maken en alle aandacht naar het gezicht te trekken.
Let ook op kleuren: een achtergrond die complementair is aan de huidskleur en kleding werkt het best.
4. Maak het onderwerp op z'n gemak
De beste portretten ontstaan als iemand zich ontspannen voelt. Praat tijdens de shoot, maak grapjes, en geef duidelijke maar positieve aanwijzingen. Begin met wat opwarmshots voordat je naar de definitieve poses gaat.
Laat ook wat stiltes vallen — vaak ontstaan de mooiste, meest natuurlijke uitdrukkingen in de rustige momenten.
5. Experimenteer met compositie
Plaats het gezicht niet altijd in het midden van het beeld. Gebruik de regel van derden: positioneer de ogen op een van de bovenste kruispunten. Probeer ook eens een andere verhouding — vierkant, 16:9, of een strakke crop.
Durf lege ruimte te laten. Negative space kan een portret juist meer kracht geven.